AANKONDIGING | 18-09-2018

Strike! Het ONDB bowlt in Lucky's Bowling

In een van de hallen van Dekker Warmond zit sinds april van dit jaar een prachtige bowling. Op 18 september kun je als ONDB-lid de originele Brunswick bowlingbanen testen. 
Het moest anders worden dan andere bowlings, dachten ze bij Dekker. En dat is ze gelukt. Een bowling zoals je er nergens anders een vindt. Gooi jij de 10 pins in één keer om? En daarna nog een keer? Of mik je de ene na de andere bal in de goot? Kom naar Lucky’s Bowling en beproef je geluk en je vaardigheid. Gegarandeerd een heerlijke avond.
Lekker eten
Vooraf een hapje eten? In het restaurant kun je terecht voor een heerlijke pizza of een burger met frites. Ook aan de menukaart is veel zorg besteed. Het rundvlees is 100% biologisch, het kippenvlees komt van scharrelkippen en de verse frites (zeg alsjeblieft geen ‘patat’) is afkomstig van de ambachtelijke Amsterdamse fritesfabriek Frites uit Zuyd.

Lees onder de column van Hans Zwetsloot meer over Lucky’s Bowling.
Lucky's Bowling: uniek in Nederland
Dekker Warmond wilde iets anders in de voormalige tennishal. Een bowling. Maar dan wel eentje die uniek is in Nederland. Kosten nog moeite werden gespaard om een exclusieve uitgaansgelegenheid te creëren. Uit de Verenigde Staten werden 20 Brunswick bowlingbanen ingevlogen, de Rolls Royce onder de Bowlingbanen. 

Een andere wereld
Bijzonder aan de bowling is het hoge plafond. Dat geeft een heel ruimtelijk effect. Dat wordt nog versterkt door de enorme projectieschermen boven de bowlingbanen. Op de schermen staan Amerikaans ‘landmarks’ geprojecteerd, zoals de skyline van New York en de Golden Gate Bridge. Je waant je werkelijk in een andere wereld.

Warm en gezellig
Het meubilair in restaurant en bowling is van topmerken als Dutchbone en Zuiver. Oude Leidse stadslampen en vintageafbeeldingen geven het geheel een warme en gezellige sfeer. Kortom, een beetje bewegen, een hapje eten, een beetje bijpraten. Dit mag je niet missen. Zoals de website meldt: ‘Lucky’s Bowling staat garant voor een unieke ervaring.’
 

Van de voorzitter

Hans Zwetsloot
STOL architecten bv
(0252) 21 69 62


Een avondje ‘ouderwetsvermaak’ in nieuwe stijl . . . .


Beste Lezer,

In je nog jonge kinderleven maak je vrijwel elke  dag wel weer nieuwe dingen mee en daar zijn er altijd wel een paar bij, die voor eeuwig in je geheugen gegrift staan. En daar hoort bij mij ook zeker mijn eerste kennismaking met het fenomeen bowling bij . . . . 
Als klein jongetje ging ik op een druilerige zondagmiddag, samen met mijn ouders en mijn broer, voor het eerst naar het splinternieuwe bowlingcentrum van Faase aan de van Panhuysstraat in Noordwijk. Nou, dat was zeker spannend hoor, we gingen iets heel nieuws doen waar mijn broer en ik de hele week al naar uitgekeken hadden; we gingen bowlen. Bij binnenkomst werd je in de entreehal direct al overvallen door het overweldigende geluid van het raken en van het vallen van de kegels. Zoiets had ik nog nooit gehoord, waar was ik nu weer beland . . . . 

Eenmaal in het restaurant aangekomen zag je gelijk waar dat specifieke geluid vandaan kwam. Aan de rechterkant keek je zo de naastgelegen felverlichte open ruimte in, die zo op het oog volledig gevuld was met lange, smalle banen van houten vloeren. Aan het einde van elke baan was steeds een zwart gat te zien, waarin bij een aantal ervan hagelwitte kegels stonden; de rest van de gaten was nog leeg. De 6 ‘échte’ bowlingbanen waren daarbij zo mogelijk nóg imponerender dan de 4 wat kleinere kegelbanen, die ernaast lagen. De perspectiefwerking van de zwarte goten en van de legrichting van het parket maakten dat de kegels nóg verder weg leken te staan dan ze al deden. Hoe moest je in hemelsnaam die ballen zo oneindig ver weg zien te krijgen . . . . 

Nou, daar kwam ik al snel achter. Aan de voorzijde van de baan zal een groepje mensen bij elkaar op ongemakkelijke stoeltjes. Eentje stond op en pakte een grote bal uit een rek vol zwarte, grijze en witte ballen (meer kleuren waren er toen nog niet). Hij hield hem, zo op het oog, boven op zijn vingers, recht in de lucht. Hij ging recht voor de baan staan, nam een aanloop, zwaaide zijn hand naar achteren (waarbij de bal om voor mij onverklaarbare redenen niet uit zijn hand viel , hoe kon dat nou . . . ?), en wierp de bal met een grote onderhandse worp hard de baan op. Gefascineerd bleef ik die bal volgen. Het zoemende geluid van de rollende bal ebde langzaam weg, de steeds kleiner wordende bal ging recht op de kegels (die zo ik later leerde ‘pins’ bleken te heten) af en spatte ze volledig uiteen. Er bleef er maar eentje staan, de rest lag er kriskras omheen op de grond; negen lampjes gingen boven de baan aan, geweldig!!! Een kwart seconde later kwam ook het geluid van de impact nog bij me binnen; licht gaat nu eenmaal sneller dan geluid . . . . 

En nu . . . . ? 

Gebiologeerd  bleef ik kijken en ineens, uit het niets, werden de kegels aan touwtjes omhoog getrokken, maar dat ging niet helemaal goed. De touwtjes zaten goed door elkaar, waardoor de ‘onzichtbare kegeltiller’ nog twee extra pogingen nodig had om het hele zwarte gat weer zwart te krijgen. En toen, ook uit het niets, zakte er weer één kegel netjes aan een touwtje terug, precies op de plek waar daarvoor die ene was blijven staan. De man die eerder al gegooid had pakte nogmaals een bal en gooide in zijn tweede poging ook die laatste kegel nog om en liep triomfantelijk terug naar zijn stoeltje, waarbij hij nadrukkelijk gefeliciteerd werd door de anderen. En terwijl hij ging zitten verschenen er in de verte gewoon weer tien nieuwe spierwitte kegels, die strak in gelid de volgende persoon uitdaagden om ze ook weer om te gooien. Dit direct gevolgd door een luid rammelend geluid, waarna er twee ballen, zo uit het niets, uit een gat naast het ballenrek opdoken, die zo weer het ballenrek inrolden. Nieuwe ronde, nieuwe kansen . . . .  

Daarna volgde het hele ritueel, dat we allemaal ongetwijfeld ook wel meegemaakt zullen hebben in onze eigen ‘bowlingcarrière’, die bij iedereen ook ongetwijfeld vele jaren geduurd heeft: schoenen wisselen, afdalen naar de baan, die veel te zware ballen tillen (die drie gaten bleken te hebben voor je vingers (o, dat was de truc . . . . ), maar die voor jouw kinderhandje nog veel te ver uit elkaar zaten), dat ingewikkelde puntenformulier (waar altijd zo lekker over geruzied kon worden), eerst nog met twee handen de ballen wegrollen om recht te gooien, je eerste kegel om, je eerste bal met één hand (in de goot natuurlijk), je eerste spare, je eerste strike, je eerste keer boven de honderd, etc.

In de latere jaren werden er nog vele bowlingrondjes gespeeld op menig verjaarspartijtje, voetbaluitje, bedrijfsfeest, etc. Stap een bowlingbaan binnen, hoor dat specifieke geluid en je bent gelijk weer terug in de tijd. Een leuke manier van ontspanning met bij mij altijd weer het gevoel van ‘dat kleine ventje’ en de bijbehorende glimlach. Leuk dus. dat we dat nu weer eens een keertje gaan meemaken, maar dan op de manier van tegenwoordig . . . . 

Hans Zwetsloot

(voorzitter ONDB)